ARCHIEF
Rationele ZelfAnalyse
- A: Situatie: de situatie moet betrekking hebben op een specifieke gebeurtenis, als een ”still” in een videofilmpje.
- B: Gedachten bij de situatie A. Dit kunnen ook z.g. automatische gedachten zijn.
- C: Gevoelens die door de gedachten worden opgeroepen.
- D: Uitdaging, weerlegging:
- Is het waar (de gedachte)?
- Lost de gedachte mijn probleem op?
- Ga ik mij beter voelen door dit te denken?
- Wat zegt het over mij, dat ik deze gedachte heb?
Rationeel alternatief:Wat zou een betere gedachte zijn die mij helpt mijn doel te bereiken?
- E: Wat is mijn doel in deze situatie
Zoals u ziet volgen de stappen van de analyse niet de volgorde van de letters, A,B,C,D en E.
- Het begint ermee dat u een onaangenaam gevoel krijgt (C)
- Daarna gaat u dat gevoel benoemen (C).
- U realiseert u dat u zich zo niet wil voelen (E).
- U vraagt zich af op welk moment dat gevoel begonnen is (A).
- Pas dan gaat u zoeken naar de gedachte die bemiddelt tussen de gebeurtenis en het gevoel (B).
- U stelt zichzelf verschillende vragen (D) en
- U bedenkt een alternatief (D).