Dwangmatig controleren. "Ik vind het niet zo makkelijk om te vertellen hoe het gaat. Ik schaam mij ervoor. Dan heb ik net het gas uitgedaan en dan heb ik gecontroleerd om te zien of het echt wel uit is en direct daarna denk ik: 'Heb ik het gas nu wel uitgedaan? Even kijken. Ja het is uit. Ik kan naar boven'. Daar aangekomen begint het opnieuw. 'Heb ik het wel echt uitgedaan? Denk ik niet alleen maar dat ik het uit gedaan heb, terwijl het in feite nog brandt. Even kijken?' Zo gaat het maar door. Ik wordt er gek van".
Smetvrees. "Laatst is er bij mij een parket gelegd. De parketlegger heeft zijn hand verwond. Daarna heeft hij zijn handen gewassen. Na het vertrek van de parketlegger begint het: "Heeft hij de knop van de kraan goed schoon gemaakt. Ik heb er daarna zelf aangezeten, misschien ben ik wel besmet met het HIV. Laat ik nog maar even de kraan en mijn handen gaan wassen. Had hij nu aan de kraan gezeten? Ik blijf wassen. Mijn handen zijn helemaal stuk".
Dwanggedachten. "Ik ben zo bang dat ik mijn kat iets ga aandoen. Soms zie ik hem liggen op het kleed bij de kachel, ligt hij daar lekker te soezen, en dan denk ik plots: 'Ik zou die kat wel dood kunnen trappen. Eén trap en hij is er geweest'. Ik moet er niet aan denken hoe dat eruit zou zien. Ik kan dat beeld maar niet uit mijn hoofd zetten. Het is verschrikkelijk dat ik zo denk, het is een lieve kat hij heeft niks gedaan. Ik houd zielsveel van hem".
Wat is er aan de hand ?
(Intrusies, obsessies, compulsies)Intrusies zijn gedachten die schijnbaar zonder aanleiding opkomen. Ze
dringen zich op zonder duidelijke reden. Een zinnetje uit een
liedje, een flard van een melodie, een beeld dat zich maar niet uit
het hoofd laat bannen. Er zijn veel mensen die regelmatig dit soort
lastige maar onschadelijke gedachten hebben. Maar wat gebeurt
er nu als iemand verontrust raakt door die gedachten, bijvoorbeeld
omdat die persoon ze serieuzer gaat nemen dan nodig is. Zo iemand
gaat denken dat het daadwerkelijk gevaarlijk is voor de kat als hij eraan
denkt om de kat dood te trappen. De gedachtegang gaat in de trant
van, waar rook is, is ook vuur. Als ik een beeld voor ogen heb van
het dood trappen van de kat, dan ga ik dat misschien ook werkelijk
doen. Zo wordt een op zich onbelangrijke intrusie een
angstaanjagend schrikbeeld. Als er zo'n schijnbaar reële
dreiging van de gedachte uit gaat, volgen haast vanzelf pogingen om de intrusie
te bestrijden. Men probeert niet aan dat onprettige beeld te denken of
men probeert de intrusie met een andere gedachte te "neutraliseren". Bijvoorbeeld door te denken "Ik houd van die kat, ik vind het een lief beest, het
is niks voor mij om over dit soort dingen na te denken". Wanneer iemand
op zo'n manier gaat vechten tegen intrusies gaat men spreken over
een een dwanggedachte of obsessie.De intrusie
kan ook bestreden worden door iets te doen, bijvoorbeeld door de handen
te wassen of door te controleren. Dergelijke handelingen gaan vaak
de vorm aannemen van een soort ritueel. De handelingen
waarmee de intrusie bestreden wordt noemt men dwanghandeling of compulsie.Het
neutraliseren van de intrusie lukt steeds maar even. Het lukt echter
nooit lang achter elkaar om controle te krijgen over de intrusie,
integendeel, de aandacht wordt zozeer gericht op het bestrijden van
de intrusies dat er bijna nergens anders aandacht voor over blijft.
Elke keer dat het lukt om de gedachte te bezweren met een handeling
of gedachte lijkt het of de kat aan een reëel gevaar ontsnapt is. Dat
geeft een kortstondig gevoel van controle en een dus ook een gevoel van verantwoordelijkheid.De volgende keer dat de intrusie zich voor doet wordt met dubbele
intensiteit geprobeerd de kat tegen het schrikbeeld te beschermen. Het
neutraliseren van de intrusies gaat een steeds groter deel van de dag en
nacht in beslag nemen.Soms gaat het vooral om een
gevoel van verantwoordelijkheid, alsof alleen het dènken
aan het trappen van de kat een verschrikkelijke daad is. In
een ander geval gaat het meer om een gevoel van kwetsbaarheid. Men
denkt dat men een gevaar moet bezweren. Vaak is op het moment
zelf het gevaar zeer reëel voor de persoon. Nadat de angst
geweken is door de rituele bezwering, lijkt het onvoorstelbaar dat
men werkelijk bang was voor zoiets. Helaas helpt dit niets. Even
later lijkt het gevaar weer even reëel en moet de angst opnieuw bestreden worden.Behalve
dwanggedachten(obsessies) en dwanghandelingen(compulsies) speelt ook vermijden een rol. Deze hele gang van intrusie en het neutraliseren van de intrusie
is zo onaangenaam dat men vanzelfsprekend probeert aan iets anders te
denken. Men zal proberen de intrusies uit het hoofd te bannen. Het
probleem hiermee is dat het niet goed mogelijk is een opdracht als
'denk niet aan ....' uit te voeren. Het blijkt dat als men
iemand de opdracht geeft niet aan witte beren te denken, de persoon
juist meer aan witte beren gaat denken.
Therapie zal dus moeten gaan over twee zaken:
Het uitbannen van vermijding
het leren verdragen van intrusies zonder neutraliseren, dus zonder dwanghandelingen en zonder dwanggedachten.
schema dwang
Therapie
De bestrijding van dwanggedachten en -handelingen omvat hoofdzaak twee elementen:
Het onderzoeken en corrigeren van ongerechtvaardigde gedachten over de gevaarlijke, schadelijke gevolgen van intrusies. Een kat dood trappen zou
wel erg zijn maar zo'n fantasie kan geen kwaad. Hoe vaak hebt u al eens een kat dood getrapt? Welke aanwijzingen zijn er dat een gedachte noodzakelijkerwijs gevolgd wordt door een actie?
Het ervaren van deze onschuld door te stoppen met de neutraliserende handelingen c.q. gedachten. Dus tegelijkertijd de kat vast houden en denken aan het dood trappen van de kat zonder pogingen te doen de intrusie te bestrijden. Tegelijkertijd leert men zo op te houden met vermijdingsgedrag.