Ik kan niet zeggen wanneer het begonnen is. Ik kan het me niet anders herinneren dan dat ik een zorgelijk type ben. Ik zit altijd te piekeren van : Wat moet ik doen als.... . Of hij zal toch niet ....? Dan zou ik me geen raad weten. Een keer stelde mijn man een vraag over hoe ik de kamer zou willen indelen. Hij begreep niet waarom ik de deur op een speciale plaats wilde hebben. Hem leek dat een onlogische plaats. Ik zat echter te denken over de beste vluchtweg als er brand zou uitbreken. Ik ben altijd bang dat ik problemen tegen kom waarvoor ik geen oplossing weet. Enerzijds ben ik eigenlijk wel tevreden over dat piekeren. Daardoor weet ik mij optimaal voorbereid op elk probleem dat ik mij kan voorstellen. Anderzijds maakt het mij wel eens bang. Al dat gepieker, ik heb er soms geen controle meer over. Dan voel ik dat ik er niet mee zou kunnen stoppen al zou ik het willen. Dat kan toch niet goed zijn voor een mens. Misschien wordt ik wel gek.
Piekeren is het meest centrale kenmerk van een klacht die gegeneraliseerde angststoornis, (GAS)genoemd wordt. Het gepieker gaat over allerlei uiteenlopende onderwerpen. Over gevaren die zich mogelijk in de toekomst gaan voor doen. Als het piekeren echter over één onderwerp gaat hoort het meestal bij een andere klacht. Gaat het over de gezondheid dan kan het bij
angst voor ziekten
horen. Ook Kan het piekeren betrekking hebben op een mogelijke
paniekaanval
.
Depressieve mensen
piekeren vaak over het verleden, over een verlies of over hoe het anders had kunnen lopen. Niet elke vorm van piekeren komt dus in aanmerking.
Het piekeren start met een 'trigger'(een uitlokker). Voorbeeld van een trigger kan zijn rood staan op de giro, een huis kopen, een kind dat buiten gaat spelen, een ritje met de auto.
Mensen met GAS, (gegeneraliseerde angst stoornis) hebben de neiging om
De wereld lijkt gevaarlijker dan hij werkelijk is en zelf lijkt men hulpelozer dan werkelijk het geval is. Deze combinatie maakt dat triggers om te gaan piekeren veelvuldig voorkomen.
Dan zou men zich kunnen afvragen waarom zou iemand blijven piekeren als iedere keer weer blijkt dat de angsten overdreven zijn en dat het meestal met een sisser afloopt. Men trekt echter een andere conclusie. Bijvoorbeeld:"Dankzij dat gepieker is het met een sisser afgelopen." Het piekeren lijkt dan een effectieve manier om zichzelf te beschermen. Dergelijke gedachten, ("ik moet goed voorbereid zijn op elke eventualiteit" bijvoorbeeld) worden metacognites genoemd. Gedachten over (pieker-)gedachten. Omdat deze gedachten een positieve waardering krijgen, goed voorbereid zijn, heten ze in het schema positieve metacognities. Mensen zien het piekeren dan als een keuze. De keuze om zich goed voor te bereiden op mogelijke gevaren. Vandaar het de bijkomende omschrijving van, strategieselectie, in het schema.
Het piekeren zelf kan ook weer een probleem worden. Iemand kan er zich zorgen over maken dat hij teveel tijd besteed aan het piekeren. Iemand kan ook gaan denken dat het niet gezond is zoveel te piekeren. Ook kan het piekeren de aandacht afleiden van actuele taken. Ook als men rood staat is het niet handig om, tijdens een autorit na te denken over een naderend faillissement. Ook hier weer gaat het om gedachten over (pieker-)gedachten, dus metacognities. Omdat déze metacognities negatief gewaardeerd worden, heten ze negatieve metacognities ofwel metapiekeren.
De gevolgen van metapiekeren vallen in driëen uiteen: